Historie

Deze molen is in Gemert niet nieuw gebouwd: oorspronkelijk was het een papiermolen uit 1694 en na een verbouwing in 1879 was het een pelmolen. Toendertijd heette de molen De Veenboer en stond in Zaandijk. In zijn Zaanse tijd was de molen onder meer bezit van de bekende Zaanse papierfabrikanten Honig. In 1879 ging de firma Honig-Breet in liquidatie, waarbij de molen verkocht werd aan P.A. Dekker, die de molen ter plekke liet verbouwen tot pelmolen.

De molen kwam 1907/1908 in Gemert terecht doordat de molen werd gekocht door A.W.C. Coppens uit Boekel. Deze liet De Veenboer door molenmaker F. Vorsters op de Deel in Gemert als korenmolen herbouwen. De molen werd op een houten onderachtkant gezet, maar de stelling kwam vrij laag te liggen. De romp werd met hout bekleed, dat door teerpapier werd bedekt.

Nog hetzelfde jaar nog verkocht Coppens de molen en emigreerde met zijn gezin naar Amerika. A. Verstappen werd de volgende molenaar. Hij maalde ruim 10 jaar voor de boeren in de omgeving. Toen zijn gezondheid minder werd moest hij zijn molen verkopen. Zijn opvolger, Anthonius Hubertus Verheijen, heeft maar kort op de molen gemalen: op 29 oktober 1919 verkocht hij De Veenboer aan F. J. de Vocht. Deze verkocht de molen alweer op 23 september 1920, met het omliggende erf, voor ƒ 8.500,- aan J.J. Peeters uit Schijndel. De volgende 40 jaar werd de molen uitsluitend op windkracht bemalen door de familie Peeters.

Uiteindelijk werd de molen in 1960 verkocht aan Piet Gerrits uit De Rips. Gerrits gebruikte de molen eerst nog om veevoeders te malen, maar al spoedig bleek de staat van onderhoud te slecht om nog op windkracht te kunnen malen. Vanaf dat moment diende de molen als opslagplaats voor zijn fouragehandel.

In 1969 droeg Gerrits de molen voor ƒ 1,- over aan de gemeente Gemert, met als voorwaarde dat de molen gerestaureerd zou worden. In ruil daarvoor heeft hij grond moeten afstaan, ongeveer 40 procent van de woonwijk Den Elding heeft hij ervoor over gehad om de molen te behouden voor Gemert. De molen zelf was op dat moment al ontdaan van de roeden en ook de rest verkeerde toen in buitengewoon vervallen staat.

Het begin van de restauratie duurde toch tot 1974. Bij de restauratie werd de molen op een stenen onderbouw gezet, waardoor de molen 1,6 meter hoger kwam. Dit vanwege de nieuwbouwwijk die bij de molen werd opgetrokken. Ook werd de molen met riet bedekt. Tijdens de wederopbouw werden de twee bijenkorfjes op de molenbaard ontdekt. Dat werd de reden om de molen de naam 'De Bijenkorf' te geven.

De restauratie werd uitgevoerd door de firma Van Beek uit Rijnsaterwoude. Dit kostte in totaal meer dan 200.000,-. Op 5 september 1975 werd 'De Bijenkorf' weer officieel in gebruik genomen.

Het achtkant, dat van 1908 tot 1974 met asfaltpapier bekleed was geweest, is bij deze restauratie met riet gedekt. Door die laatste ingreep werd de molen ongetwijfeld mooier dan hij zeer lang was geweest, maar zo had hij er in zijn Brabantse periode nooit uitgezien. Sterker nog: in zijn Zaanse periode was deze molen evenmin met riet gedekt, maar met hout! Dit was gedaan omdat deze molen een witpapiermolen was.

In 2004 werd deze molen voorzien van een nieuw wiekenkruis. Een oude Potroede, die in 1908 was meeverhuisd vanuit de Zaanstreek, werd aan De Zaansche Molen ter beschikking gesteld, om als voorbeeld te dienen voor het maken van een nieuwe 'pelroede' voor "Het Prinsenhof" te Westzaan.

Over de naam

De naam "De Bijenkorf" dateert van 1975; tijdens de restauratie waren twee bijenkorfjes op de baard aangetroffen. Destijds symbool van de bekende Zaanse molenaars- (en latere industrie-) familie Honig. Op zijn oorspronkelijke plaats in Zaandijk heette deze molen "De Veenboer".



DE BIJENKORF


Adres: Den Elding 2
           5737BW, Gemert

Molenaars:
           Jurgen van Stiphout
           Jeroen van Boxmeer
           Ton van Duijnhoven
           Twan Rooijakkers
           Fred van Osch, beheerder
           (0492-361656)

Openingstijden:
           Zaterdag: 13.00 - 16.00









Te volgen op: